Buitenlandse stage - leerlingen VLTI

TORHOUTSE STAGIAIRS VERLEGDEN DE HORIZON
Klassiek gingen veel stagiairs naar Frankrijk, Denemarken en Canada. Daarnaast trokken groepjes naar Duitsland, Zweden, en naar de nieuwe bestemmingen Roemenië, Bulgarije en Oeganda.   De stage is niet alleen een technische stage, maar ook een taalbad, een oefening sociale vaardigheden en een contact met vreemde volkeren, eetgewoonten en culturen. 

Eén maand Frankrijk – Twee maanden Canada
De traditionele bestemmingen Frankrijk en Canada blijven het doorheen de jaren goed doen. Beide landen hebben de voordelen van veilig te zijn, de landbouwsector is er familiaal georganiseerd en er wordt Frans en Engels gesproken. Vooral de meisjes en hun ouders hechten belang aan deze eigenschappen.

In Frankrijk zijn we sinds jaren vooral actief in de Haute Languedoc. De streek is geen koploper op vlak van specialisatie of efficiëntie, maar biedt door zijn veelzijdigheid voor elk wat wils: er is melkvee, wat varkens, schapen, akkerbouw, tuinbouw, tuinaanleg en parkonderhoud, alsook sport- en ontspanningspaarden. Typisch aan de Franse landbouw is de grote mate van samenwerking tussen de boeren zoals in de vele machineringen met als doel kosten te drukken. We stellen ook vast dat vele bedrijven blijven toegevoegde waarde creëren via de rechtstreekse verkoop van zuivel en pluimvee. Gezien de huidige voederprijzen is het niet verwonderlijk dat er heel wat bedrijven hun (melk)vee stoppen en overschakelen op akkerbouw.

Om stage te lopen in Canada moeten de stagiairs al eerder een geslaagde stage gelopen hebben in Europa en minstens 18 geworden zijn twee maanden voorafgaand aan de stage. De meesten gaan naar de provincie Ontario voor 8 à 9 weken en draaien mee op familiale melkveebedrijven, maar evengoed in de industriële tomatenteelt in Leamington. Voor het eerst was er eentje actief in de paardensector, even ten noorden van Toronto. De stagiairs in Canada komen begin september naar huis.

Denemarken, Duitsland en Zweden
Vooral jongens en meisjes met interesse in vooruitstrevende of grootschalige landbouw gaan graag naar de Noord-Europese landen, zeker als ze de taalbarrière ontzien. Op vele stagebedrijven in Denemarken en Duitsland moet Engels of Duits gesproken worden, maar kan de stagiair terug vallen op het (algemeen) Nederlands. 

In Denemarken kwamen de stagiairs terecht op familiale melkveebedrijven met rond de 150 koeien, maar ook bedrijven met tot 1 000 koeien. De infrastructuur is zeer modern en kapitaalintensief. Twee stagiairs trokken samen naar een groot zeugenbedrijf, met akkerbouw als neventak. De biggen worden omwille van de prijs en risicospreiding deels in Duitsland en deels in Denemarken afgezet. Het bedrijf werkt met Roemeense en Oekraïense arbeidskrachten. De schaalvergroting in diverse sectoren zet zich door.  Kerstbomenteelt, viskweek en pelsdieren zijn belangrijke neventakken van de Deense landbouw. De afzet van landbouwproducten en toelevering is coöperatief georganiseerd. Arla, melkfabriek,  Danish Crown, slachthuizen en vlees, Danish Agro beheersen de markt. 

Oost-Duitsland, de ex-DDR, is de bestemming voor zij die willen proeven van grootschalige landbouw, “Amerikaans model”. Ondanks de schaalgrootte blijven de bedrijven ook daar groeien. Akkerbouwers met 1 000, 1 500 of 3 000 ha en veehouders met 600 tot 2 500 of meer koeien zijn er de regel. Ze dragen kostenbeheersing hoog in het vaandel. 

Meest in het oog springend op veel bedrijven is de goedkope huisvesting van melkkoeien en jongvee in de gerenoveerde stallen uit de DDR-tijd of in nieuwe stallen. Een belangrijke neventak is er de productie van groene stroom uit biogas en zonnepanelen. De nieuwste biogasinstallaties draaien bijna uitsluitend op mest en restvoeder. Een bijkomend voordeel van vergisting is dat het spreiden van het digestaat minder geuroverlast geeft. Oost-Duitsland is ook een belangrijk productiegebied van windenergie. Als het over toeslagrechten of andere Europese steun gaat, gebruiken ze graag de term “meerfamiliebedrijf”om aan te geven dat de subsidie ten goede komt van de vele gezinnen die op de grote boerderij een inkomen verdienen.

De stagiairs in Zweden zijn actief in de akkerbouw, vleesveehouderij en in de sportpaarden. Omwille van de latere oogst zijn ze pas eind juli vertrokken en blijven ze er nog tot 1 september.

Roemenië , Bulgarije en Oekraïne
Voor het eerst trokken stagiairs voor 6 weken naar Roemenië en Bulgarije. De jongens vertrokken eind juni met een tweedehands minibusje. Dat was in vergelijking met vliegen met Wizzair duurder, maar het bood de jongens vrijheid. Ze bezochten onder meer Wenen, Boedapest, Boekarest en Kiev.

In Roemenië kozen we ervoor om bij Nederlanders op stage te gaan. Dat wil zeggen dat we er schipperen tussen vertrouwd en vernieuwend. Vertrouwd omdat we al jaren goede ervaringen hebben met Nederlanders als stagegevers en vernieuwend omdat de stagiairs terecht komen in een land met eigen karakter. Het land oogt armtierig met de vele karretjes met een paard ervoor en de vele straathonden. Ook de wijdverspreide corruptie en kruimeldiefstallen doen het land geen eer aan. Toch zien we dat het land snel vooruit gaat. Er zijn de laatste jaren enorme inspanningen geleverd om het wegennet te verbeteren. Vele dorpskernen zijn gerenoveerd en kregen vaak een nieuwbouw orthodoxe kerk. Enerzijds kwamen de stagiairs terecht op melkveebedrijven die recent zijn opgestart en nog aan het ontplooien zijn. Anderzijds waren stagiairs te gast op een groot melkveebedrijf dat op punt staat. Door de dure diesel en goedkope arbeid werken alle landbouwers met veel personeel. Goed kunnen omgaan met personeel is dan ook een belangrijke vaardigheid voor een goede landbouwer in Roemenië. Dat vertaalde zich voor de stagiairs in een takenpakket met klauwverzorging, insemineren, punten, rijden in de oogst, onderhoud en herstel van machines, tot de verantwoordelijkheid over de dieselvoorraad.

In Bulgarije gingen we in zee met een middelbare landbouwschool en via hen met een grootschalig gemengd bedrijf dat geleid wordt door Bulgaren. Uit dat experiment hebben we veel geleerd, zowel over de Bulgaarse landbouw, als over het onderwijs aldaar.  Het onderwijs is er heel hiërarchisch, strak en bureaucratisch georganiseerd. Het is in het Bulgaars onderwijs belangrijk dat een minderjarige stagiair niet te veel werkt, maximaal 6 uur per dag. Liefst loopt een stagiair mee, hij of zij mag veel vragen, maar liefst niet te veel zelf werken. Stagecontracten moeten vooraf geregistreerd worden bij de sociale zekerheid. Ook in Roemenië hoor je dergelijke klachten over hun stagesysteem. Omdat de Torhoutse jongens enkel mochten meelopen, verhuisden ze na één week naar Nederlandse melkveehouders in Roemenië.

Evaluatie
Tijdens de laatste dagen werden de stagiairs bezocht voor de stage-evaluatie. Alle stagegevers waren heel tevreden over hun stagiairs, zowel op vlak van beleefdheid, vakkennis, werktempo als het zien van werk. Dat de stagegevers tevreden zijn, is eigenlijk normaal gezien het vrijwillige stages betreft waar vooral de sterkere en gemotiveerde leerlingen op inschrijven.

De oostelijke excursie werd afgerond met een bezoek aan Oekraïne. Op de Belgische ambassade vernamen we dat de kleine man in de straat eerlijk is, maar dat vele rijken bloed aan hun handen hebben en in de politiek gaan om onschendbaar te zijn.  Het land heeft gigantisch potentieel aan goede landbouwgronden. Het wordt terecht de graanschuur van Europa genoemd. Het contact met private initiatieven zoals de Ukrainian Agribusiness Club verliep goed. Stagiairs met zin voor ondernemerschap en verantwoordelijkheid zijn er welkom. Grote hinderpaal is dat de doorsnee Oekraïner enkel Oekraïns spreekt en vaak als tweede taal Russisch wat geen evidentie is.

Voor wie meer wil vernemen over de ervaringen van de leerlingen is er donderdag 22 november de jaarlijkse foto- en filmavond waar de stagiairs een beeld schetsen van de stage. Iedereen is er welkom en de toegang is gratis.